Deel 2 : Sport & Wetenschap: een monsterlijk verbond?
Door GERSON HEIDINGA, TobSport.nl
Gepost op: 12-09-2008.
In het vorige deel van deze serie kwam de voetbalwereld naar voren als een conservatief gezelschap, een ‘old boys network’, zoals altijd prachtig vertegenwoordigd door onze terugkerende analistenvrienden van het voormalige ‘Voetbal Insite’. Ook in het nieuwe ‘Voetbal International’ zullen Derksen en evt. Van Hanegem vrijwel alle voetbalvreemde vormen en verschijnselen weer met het haar op de tanden en te vuur en te zwaard proberen te weren uit hun denkwereld. Begrippen als team-building, wetenschappelijk onderbouwde krachttraining, het toepassen van techniek ten behoeve van scheidsrechterlijke beslissingen en het gebruik van camera’s en replay’s lijken voor de voetballerij nu nog een utopie te zijn. Of complete onzin. Een kortzichtige blik, als je het mij vraagt. Voetbaltechnisch (wat kan speler A, wie is speler B) en voetbalanalytisch zijn de heren wel weer een plezier voor het oor.
Om de heren Derksen en Van Hanegem te overtuigen (en de rest van de voetbalwereld) kijken we eens verder dan onze neus lang is. Wordt wetenschap succesvol toegepast in de sport? Hoe gaat men bij andere sporten dan het voetbal bijvoorbeeld om met techniek? Ook komen we nog even terug bij het voetbal, met ditmaal als positief voorbeeld succescoach Guus Hiddink. Maar eerst:
De schotfase in het basketball
Andere sporten denken gelukkig een stuk minder star over dit soort zaken dan een groot aantal autoriteiten binnen het voetbal. In het profbasketball wordt de spierkracht van een speler opgebouwd naar zijn specifieke taak in het veld. Zo krijgen spelers met verschillende rollen aangepaste krachttrainingsprogramma’s. De Portugese sportwetenschapper Rita Ferraz de Oliveira verwees onlangs een lang gekoesterde opvatting in het basketball met een ingenieuze proefopstelling naar het verleden. Over een speler die een sprongschot neemt om te scoren werd altijd aangenomen, dat een speler ‘voorgeprogrammeerd’ probeert te scoren. Hij berekent, voordat hij de beweging inzet, hoe hij moet schieten. En laat dan los zonder tussentijds bij te stellen.
Ferraz de Oliveira vermoedde dat een speler anders reageert tijdens de schotfase. Om dit te testen, nodigde zij in het sportlaboratorium van de VU in Amsterdam topbasketballers uit, om na te gaan hoe zij tot een score komen. De spelers kregen een computergestuurde ‘liquid crystal’-bril op, die transparant of juist ondoorzichtig werd, door een klein spanningsverschil aan te brengen over de glazen. Intermediair beschrijft het proces als volgt: “Oliveira gaf de computer de opdracht net voordat hun armen het blikveld passeerden de bril afwisselend transparant (350 milliseconden) en ondoorzichtig (250 milliseconden) te maken. Het effect was duidelijk. De profs scoorden aanzienlijk minder wanneer de bril net voor de worp ondoorzichtig was. Ze kijken kennelijk, aldus Oliveira, nog op het laatste moment naar de basket om de juiste beweging voor een score te maken. Beweging wordt continu op de visuele waarneming afgestemd. Een conclusie waarmee basketballers direct hun voordeel kunnen doen: voor een hogere score zouden ze vooral moeten trainen op die laatste waarneming.”
Olympische technologie
Maar de meeste (en mooiste) voorbeelden van de verwevenheid van sport en techniek treft men op het grootste sportevenement op aarde: de Olympische Spelen. Intermediair publiceerde vijf technische hoogstandjes, die onder andere zijn toegepast tijdens de Spelen in China. Hieronder volgt een opsomming van deze technische verbeteringen, met een beschrijving van de technologie, die deze hoogstandjes mogelijk maakt (Bron: Intermediair):
1. Lichttherapie
Lichttherapie werd in Peking op twee manieren toegepast: enerzijds om de effecten van de jetlag terug te dringen (vanwege het tijdsverschil), maar ook om de piekprestatie tijdens de wedstrijd te bevorderen. Men gebruikt daarvoor de volgende apparaten: een lichtwekker, ‘een apparaat dat op een gezichtsbruiner lijkt’ en een speciale zonnebril. De ‘gezichtsbruiner’ geeft een bepaald soort licht af, dat de aanmaak van het hormoon cortisol stimuleert in de ochtend. Dit hormoon zorgt ervoor dat je energie uit glucose kunt halen. Cortisol onderdrukt ook de aanmaak van een ander hormoon, melatonine, dat slaperig maakt. De zonnebril wordt aan het einde van de dag gedragen voor het tegenovergestelde effect: slaperig worden. Zo kan de atleet verzekerd zijn van een stabiel dag- en nachtritme.
2. Het ‘haaienpak’
Tijdens de Olympische Spelen van Sydney werd het ‘haaienpak’, ofwel de ‘Fast Skin’ van Speedo geïntroduceerd. De schubstructuur van het pak bleek uiteindelijk alleen bij de optimale snelheid een vermindering in de weerstand van het water te realiseren. In Beijing kwam Speedo met de ‘LZR Racer’. Het pak (en de eigen prestaties) leverden een karrenvracht aan medailles op aan de dragers en dan met name Michael Phelps. Onlangs gaven Pieter van den Hoogenband en zijn coach Jacco Verhaeren aan het jammer te vinden, dat de pure zwemmers, die het van souplesse en techniek moeten hebben, in het nadeel zijn ten opzichte van de ‘krachtzwemmers’. Het pak is ditmaal helemaal glad en waterafstotend. Er blijft zo minder water aan het pak hangen, zodat zwemmers makkelijker door het water glijden. Het pak haakt mooi aan bij de wetenschap die Bionica heet: welke technieken uit de natuur kan de mens in zijn maatschappij toepassen. Uit onderzoek bleek dat lange zwemmers in het voordeel zijn doordat ze een hogere maximale snelheid kunnen halen (veroorzaakt door de rompgolf). Verder kan een zwemmer zijn afzet het best afkijken van de kikker (benut de volledige beenlengte), zijn duik van de pinguïn (zonder spatten) en dient hij onder water te blijven als een willekeurige vis (minstens drie keer de eigen diameter diep)……..